Wanneer je opmerkt dat de taalontwikkeling van je kind niet goed of traag verloopt, kan het zijn dat je kind een taalstoornis heeft.

Kinderen met een taalstoornis kunnen problemen hebben met woorden leren, zinnen maken of met begrijpen wat je zegt.

Bij sommige kinderen is vooral de taalproductie verstoord. Deze kinderen zijn vaak later beginnen praten, ontwikkelen een beperktere woordenschat en hebben moeite om zinnen te vormen.

Bij andere kinderen is vooral het begrijpen van taal verstoord. Wanneer je deze kinderen bijvoorbeeld een lange opdracht geeft, onthouden ze maar een gedeelte. 

Ook bij meertalige kinderen kunnen taalstoornissen voorkomen. 
We kijken dan na of het probleem ook in de moedertaal bestaat. Hiervoor wordt een vragenlijst overlopen: het is belangrijk om te weten hoe de taalontwikkeling in de moedertaal verliep. Soms wordt ook gevraagd een video-opname in de moedertaal mee te brengen.


Het is erg belangrijk om eerst eens het gehoor van je kind te laten testen. Dit kan bij een NKO-arts of een audioloog.

Daarnaast moet er ook een IQ-test afgenomen worden. Dit kan bij een psycholoog of soms via het CLB. Beide onderzoeken zijn een voorwaarde om terugbetaling aan te kunnen vragen.

 

Binnen de taaltherapie wordt er gevraagd dat je als ouder meevolgt of meedoet.

Je zal ook uitleg krijgen over hoe je thuis verder de taalontwikkeling kan stimuleren.